Volg ons op Bluesky Volg ons op Facebook Abonneer op onze RSS

Review: Tomodachi Life: Waar dromen uitkomen (Switch)

Tomodachi Life wist mij op de 3DS nooit echt te pakken. Animal Crossing: New Leaf had me volledig in zijn greep. Daar verloor ik met gemak meer dan 250 uur aan, totdat een corrupte savegame alles wegvaagde. Daarna kon Tomodachi Life mij niet overtuigen om meer dan een paar uurtjes te investeren in het leven van mijn digitale Mii’s. Maar nu, jaren later, krijgt de reeks een tweede kans. Waar dromen uitkomen heet het, en ik vraag me af of deze game mij ditmaal wél kan betoveren.


Tweede kans
Wie niet zo bekend is met de Japanse taal zal zich misschien afvragen wat voor spel je met Tomodachi Life in huis haalt. Tomodachi betekent simpelweg ‘vriend’ of ‘vrienden’, en dat is precies waar het in deze game om draait: je maakt je eigen vrienden, familieleden en andere knotsgekke figuren na, om ze daarna een leven te laten leiden op een zelf ingericht eiland. Het klinkt misschien een beetje als Animal Crossing, maar het verschil is groot. Waar je in Animal Crossing zelf tussen de vrolijke beestjes woont en hun levens een beetje leuker maakt, speel je in Tomodachi Life als god. Je hangt boven het eiland, steekt een flinke vinger in de levenspap van je bewoners en kijkt toe hoe hun onderlinge relaties bloeien, ontploffen of verdwijnen in een wirwar van pure absurditeit.

Het begint bij het maken van de Mii’s. Je kunt ze tot in de kleinste details vormgeven. Niet alleen hun gezicht, maar ook hun stem, loopje en karaktereigenschappen. Door een handjevol trekjes te selecteren, kun je ze verrassend dicht bij de echte mensen uit je leven brengen. Nadat ik wat vrienden en familieleden had nagemaakt, mochten uiteraard clown Bassie en Budgy, ons eigen spaarvarken, zich toevoegen aan mijn bewoners. Het is meteen duidelijk dat er nauwelijks grenzen zitten aan deze knutselarij.


Liefde en tompoezen
Al snel werd mijn eiland dan ook bevolkt door de meest kleurrijke persiflages van de echte wereld. Mijn broertje werd op de eerste dag al smoorverliefd op zijn vrouw. Een kale vriend vroeg aan een andere gladhoofdige rakker hoe hij zijn haar eigenlijk verzorgde, en – hoe kan het ook anders? – Budgy kreeg een oogje op onze moderator Skull_kid. En op tompoezen.

Deze Mii’s leven hun eigen leven, maar zullen je regelmatig om hulp vragen. Zo had de 90-jarige Bassie nogal moeite om vrienden te worden met de jongere eilandbewoners. Ik gaf hem een streetdance-instructie-dvd om indruk te maken op de jeugd, en nu vertellen ze grootse verhalen over Bassieworst. Wat hier ongelooflijk goed werkt, is de Nederlandse vertaling van de game. Die is droog, scherp en tovert steeds weer nieuwe krankzinnigheden uit de hoge hoed. De Mii’s spreken je zelf ingevoerde gespreksonderwerpen hardop uit, waardoor je constant wordt verrast door de ene na de andere knotsgekke dialoog, wat me vaker dan ik toe durf te geven liet gniffelen achter mijn Switch. Wat dat betreft draait deze nieuwe Tomodachi Life de absurdistische kraan vol open, wat van elke keer dat je de game opstart weer een klein feestje maakt.


Ik noem het expres een klein feestje, want Waar dromen uitkomen is een game die je vooral zult ervaren in sessies van tien à vijftien minuten. Je start het op, helpt een paar Mii’s met hun dagelijkse sores, koopt wat spullen in de winkels, en dan … dan gebeurt er soms heel lang niets. Je kunt twee Mii’s naar elkaar toe slepen om ze te dwingen samen een wandeling te maken, maar veel verder dan dat komt het niet. Het eiland heeft zijn stille momenten, en die kunnen best lang duren.

Te veel Mii’s
Gelukkig is daar de eilandbouwer. Die werkt ondanks dat ie niet heel uitgebreid is heerlijk intuïtief: met een druk op de knop teken je zelf de vorm van je eiland, en je schuift huizen, winkels en bankjes moeiteloos heen en weer. Hoe meer Mii’s je maakt, hoe groter je eiland wordt, en hoe hoger het level stijgt. In het midden staat een fontein die bij elke level-up wensen laat uitkomen: cadeaus, nieuwe karaktertrekjes, of de mogelijkheid om zelf dingen te ontwerpen uit te breiden. Het is een bevredigend systeem, maar het dwingt je een beetje om steeds meer Mii’s aan je bevolking toe te voegen. En dat is iets wat ik zelf eigenlijk helemaal niet wil.

Ik ben namelijk dol op het bijhouden van een kleine, hechte community, zoals in Animal Crossing, waar ik een handvol bewoners op den duur door en door ken. Maar Tomodachi Life wil dat je tientallen Mii’s creëert om zo je eiland continu te laten groeien. Leuk voor eenieder die een groot huis wil vullen met de zangeressen van TWICE of de cast van Family Guy, maar na een Mii of tien van mensen die ik echt ken, plus een paar grappige cartoonfiguren, ben ik wel voldaan. Gelukkig stopt de progressie dan niet, maar het gaat een stuk langzamer, en je hebt natuurlijk minder ruimte om je eiland mooi in te richten.


Daarnaast sluipt de herhaling er snel in. Zo gebeurde bij mij op de eerste speeldag al tweemaal precies hetzelfde grappige moment tussen verschillende Mii’s. Naarmate je meer vrijspeelt, wordt de variatie groter, maar ik heb inmiddels zo vaak exact hetzelfde gesprek moeten aanhoren waarbij alleen het onderwerp verschilt dat ik zou willen dat elk gesprekje een aantal varianten had. Het vrijspelen van cadeaus gaat ook tergend langzaam, waardoor iedereen op mijn eiland inmiddels professioneel karateka is en staat te zwaaien met plastic zwaarden.

Tompoesfilosofie
Toch start ik Waar dromen uitkomen bijna elke dag wel even op. Want als ik mijn broertje dan weer blij als een ei naar zijn geliefde tandwiel zie staren, of Budgy en Skull_kid een romantisch uitje in het reuzenrad zie maken, waarbij ze druk discussiëren over de filosofie achter het eten van een tompoes, moet ik toch weer even gniffelen. Het zijn die kleine, absurde momenten die de game dragen.

Wat die momenten helaas wat frustrerender maakt, is dat je ze nauwelijks kunt delen. Nintendo maakt het je onnodig moeilijk: screenshots en filmpjes kun je niet via de Switch Online-app delen, en de game kent geen enkele online functionaliteit. Je kunt je zelfgemaakte Mii’s niet eens uitwisselen, tenzij je in het echt bij elkaar op bezoek gaat. Na het uitbrengen van de demo kreeg ik van verschillende vrienden al de vraag of ik mijn Mii met hen kon delen, maar ik moest ze teleurstellen. Een gemiste kans van jewelste, want juist die gedeelde waanzin maakte de eerste Tomodachi Life uit 2014 tot een meme-machine. Zo komen het iconische clipje van de Virtual Boy en de zelfgeschreven liedjes vandaag de dag nog regelmatig voorbij op social media. Door dat delen nu te blokkeren, snijdt Nintendo zich wat mij betreft toch wel een beetje in de vingers.

De eerste Switch
En ook op technisch gebied is er ook wel het een en ander aan te merken. Dit is een game voor de eerste Switch, zonder upgrade voor de Switch 2. Op het nieuwe apparaat krijg je dus 1080p-beelden op een 4K-scherm, compleet met kartelrandjes en een framerate van 30 beelden per seconde. Het is geen snelle actiegame, maar het oog wil ook wat. Nintendo’s nieuwe boost-functionaliteit voor de Switch 2 helpt een beetje in handheldmodus, maar dan verlies je de touchscreen-functionaliteit die juist bij het ontwerpen van kleding en gezichten zo fijn is. Waarom een gloednieuwe game in 2026 niet gewoon gebruikmaakt van de extra rekenkracht van de Switch 2, al zou het alleen al zijn om de resolutie te verhogen, is mij een raadsel.


En zo blijft Tomodachi Life: Waar dromen uitkomen een beetje hangen tussen charme en gemiste kansen. Op mijn eiland wemelt het inmiddels van de absurde personages en droge gesprekken, alleen de herhaling sluipt er net iets te snel in, en de online-blokkade is niet van deze tijd. Maar als ik dan weer lees dat een dansgame bedoeld is voor liefhebbers van okselzweet en eilandbewoners me lopen te smeken om mijn zelfgemaakte appeltaart – een blanco taart met een plaatje van een appel erop – vergeet ik dat allemaal even.

Conclusie
Tomodachi Life: Waar dromen uitkomen is een heerlijk uitstapje naar een eiland waar al je favoriete mensen, echt of fictief, gezellig bij elkaar wonen. De absurdistische humor waarmee de game je bombardeert is vaak raak, maar de herhaling kruipt er net iets te snel in. Daardoor is het een ideaal spel voor een kwartiertje per dag, niet voor uren achter elkaar. En voor een game die ik speel tussen het echte leven door is dat misschien wel net wat het moet zijn.



Gert Jan Naber (GJ)

Audiovisueel vormgever met een hart voor Pokémon, films, kip en uiteraard games in alle soorten en maten.

Aantal keer bekeken: 302

Laatste reacties


Er is nog niet gereageerd.